Vanaf 1 augustus 2017 is de wet ‘Vroegtijdige aanmelddatum en toelatingsrecht tot het mbo’ in werking getreden. De nieuwe wet introduceert een set maatregelen, waaronder de aanmelddatum van 1 april, voorschriften voor procedures en informatievoorziening, het toelatingsrecht voor aankomende studenten, voorwaarden waaronder dat toelatingsrecht geldt en het verplichte bindend studieadvies in het eerste jaar van de opleiding. Gelijk met de invoering van de nieuwe wet is een meerjarig onderzoek gestart om de implementatie en gevolgen van de wet te monitoren en evalueren. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een consortium van KBA, de VU en ecbo. De eerste tussenrapportage is nu beschikbaar. Hierin is vooral gekeken naar de eerste, directe effecten van de invoering van de wet.

Evaluatie en monitoring wet vroegtijdige aanmelddatum en toelatingsrecht mbo
Download

De nieuwe wet leidt tot aanpassingen in procedures en veranderingen in bewustzijn. Om uitspraken te doen over realisatie van doelen die met de wet worden beoogd, is het nog te vroeg. Hoewel de wettelijk verplichte procedures veelal door de mbo-scholen zijn doorgevoerd, moet de werkelijke impact van de wet op het gedrag van vmbo-scholen, aankomende studenten en mbo-scholen in de komende jaren nog blijken.

Eerste meting: (nog) geen grote gevolgen

Op basis van de gegevens die tijdens de eerste meting beschikbaar waren, zijn (nog) geen grote gevolgen vast te stellen van de vroegtijdige aanmelddatum. Er zijn aanwijzingen dat bij bepaalde mbo-scholen het aantal vroege aanmeldingen is gestegen, maar vaak geldt dat vmbo- en mbo-scholen in de regio al eerder afspraken hadden gemaakt om de aanmelding te vervroegen. Vmbo-scholen zijn, zo blijkt uit het onderzoek, goed betrokken bij de invoering van de vroegtijdige aanmelddatum in het mbo en goed op de hoogte van het toelatingsrecht. Het onderzoek wijst verder uit dat de meeste mbo-instellingen aankomende studenten via hun website op de hoogte stellen over hun toelatingsbeleid en -procedures.
Informatie over het studiekeuzeadvies is echter niet altijd voldoende duidelijk en over het toelatingsrecht niet altijd zorgvuldig en correct. Het is aannemelijk dat de implementatie van dit aspect van de wet verder verbetert naar mate instellingen meer kennis en ervaring opdoen.

In het vervolg van het onderzoek komen de gegevens over aanmeldingen en inschrijvingen van deelnemende mbo-instellingen beschikbaar voor analyse. Daarover wordt gerapporteerd in het tweede deel van de tussenrapportage (te verschijnen eind 2019).

Contact over dit onderwerp

Drs. José Hermanussen
Drs. José HermanussenSenior onderzoeker
06-10970839